c
|
Op deze pagina is een drietal overpeinzingen te lezen met
muziekfilosofie als
terugkerend element. Er zijn meer overpeinzingen. Die zijn te
lezen in een nog te verschijnen boek; 'Etudes voor twee
hersenhelften'. |
|
_____________________________________________________________________________________________ |
MUZIEK, WAT IS DAT EIGENLIJK?
Tsja, wat is muziek? Er zijn in woordenboeken, encyclopedieën
en op internet genoeg definities te vinden van wat muziek is.
Op het internet zijn talloze quotes van muziekfans én
muzikanten te vinden over wat muziek is. In heel wat
definities en omschrijvingen komen de woorden ‘melodie’ of
‘melodieus’ voor. Moet muziek melodieus zijn om muziek
gevonden te worden? En wat is melodieus precies? Voor ons,
Europeanen, klinkt de muziek van de Chinese pipa (luitachtig
snaarinstrument), de Japanse shamisen (3-snarig gitaarachtig
instrument) of de Nigeriaanse algaita (hobo-achtig instrument)
nou niet bepaald melodieus. Sommigen noemen het zelfs
‘kattengejammer’. Daar denken de bespelers van die
instrumenten natuurlijk heel anders over. Dat komt omdat wij
luisteren met westerse oren en ook westers opgevoed zijn.
Andere toonladders en melodielijnen klinken ons vreemd, zelfs
a-melodieus in de oren. Dat geldt voor meer muziek uit andere
landen.
Geluiden zijn volgens de meest definities geen muziek. Is dat
wel zo? De Franse componist Olivier Messiaen (1906-1992) was
gek op vogels en hun geluiden. Hij noteerde de ‘zang’ van de
vogels en liet vogelgeluiden letterlijk verklanken in zijn
muziek. Luister maar eens naar ‘Réveil des oiseaux’ (1953)
voor piano en orkest. Het zijn ‘gewoon’ vogelgeluiden, maar nu
zijn die geluiden plotseling wél muziek.
Pierre Schaeffer (1910-1995), de man die gezien wordt als de
‘bedenker’ van ‘musique concrète’, doet in feite hetzelfde.
Zijn muziek bestaat, of beter nog: is samengesteld, uit
allerlei geluiden die we om ons heen kunnen horen. Denk aan:
autogeraas, machines in fabrieken, treingeluiden, enzovoort.
Het zijn allemaal geluiden waar wij doorgaans onbewust
luisteren. Een van zijn bekendste werken komt uit: ‘5 Etudes
de bruits’. ‘Etude aux chemins de fer” (1948) bestaat uit
geluiden van een trein die over rails rijdt, fluitjes van
treinen en een conducteur en andere spoorweggeluiden. De naam
verklapt het al. Er zit soms een stevige ritmiek in de
klanken, maar harmonische muziek, bestaande uit mooie
akkoorden of notenreeksen, is het niet. Toch heet dat wat
Schaeffer componeert ‘musique’.
Tom Lawrence ( -2011) was zelf muzikant, maar werd bekend als
‘sound recordist’ of ‘akoestisch ecoloog’. Een van zijn albums
bestaat uit de geluiden van waterkevers: ‘Water Beetles of
Pollardstone Fen’ (2011). Lawrence nam met speciale apparatuur
het geluid van de kevertjes op en versterkte dat geluid. Wat
we horen krijgen is een soort ‘gezang’ met op de achtergrond
iets dat klinkt als een hartslag. Soms is het melodieus én is
er sprake van een ritme. Is dit ook muziek?
Met Lawrence komen we al bij nog een lastig gebied:
‘elektronische muziek’. De eerste elektronische muziek was
behoorlijk experimenteel en ook daar is weinig tot niets te
horen van harmonisch opvolgende klanken. Eerder hoor je
piepjes, kraken, ruis en zoemen. Elektronische muziek werd en
wordt overal gemaakt, van China tot Afrika en van de beide
Amerika’s tot Europa tot Australië. Wat er gegeneerd wordt
heet allemaal ‘muziek’. Dat impliceert ook dat het dat is.
‘Piep-piep-knor’ is geen elektronischer muziek, maar de
geuzennaam van een stroming uit de Nederlandse jazz (!). De
classificatie gold bijvoorbeeld het Willem Breuker Kollektief
en de Instant Composers Pool (ICP). Hun vrije jazzvorm ging
nog een stuk verder dan de free-jazz die we tot dan hadden
kunnen horen. Ook hier was weinig melodie te horen, en als,
dan was het vaak een satirische kanttekening.
Door de jaren heen is er veel te doen geweest over wat nu
muziek is. De oudere generatie vond rock ’n roll helemaal
niks, wat een herrie: “Dat is toch geen muziek, maar jungle
geluiden….”. Eenzelfde lot was de prille popmuziek beschoren:
‘Wat een lawaai, het zijn net krijsende apen…” In elk
muziekgenre en tijd is er ooit wel een vergelijkende opmerking
geplaatst. Toch werd of bleek het uiteindelijk allemaal
muziek.
Muziek laat haarzelf dus niet beperken door woorden,
definities of smaak. Als je namelijk met een open geest én
open oren gaat luisteren blijkt dat er in meer muziek zit dan
je waarschijnlijk dacht. Waarschijnlijk komt je daarmee tot
dezelfde conclusie van de Italiaanse componist Luciano Berio
(1925-2003): “"Music is everything that one listens to with
the intention of listening to music". Daarmee is alles over
wat muziek is wel gezegd. |
|
_____________________________________________________________________________________________ |
TEGENDRAADS
Het woord ‘tegendraads’ wordt vaak gebruikt als synoniem
voor dwars, recalcitrant, opstandig of eigenzinnig. De
term wordt toegepast op karakter of gedrag; op materie en
op creativiteit. Aan tegendraads denken of doen hangt een
negatieve lading. Misschien omdat het niet past binnen de
gangbare gedragscodes? Maar dan komt gelijk de vraag: wie
bepaalt die codes eigenlijk? Is tegendraads denken niet
eerder het zoeken naar nieuwe mogelijkheden, andere
ontwikkelingen, grenzen verleggen? Ja, dan botst het
misschien wel met wat dan de algemene opvatting is. Maar
als iedereen braaf doet wat er gedaan moet worden, komt er
geen ontwikkeling en komt men tot stilstand. In mijn
optiek heeft tegendraads denken juist een positieve lading
en is het gewoon nodig. Bijzonder is dat bij het opzoeken
van de betekenis van het woord ‘tegendraads’ muziek
genoemd wordt: “Muziek die afwijkt van de traditionele
stijl of gebaande paden wordt tegendraads genoemd.”
Als muziekfilosoof vind ik dat een interessante opmerking.
Want juist tegendraadsheid heeft de muziekwereld gebracht
tot waar zij nu is. Zo is de bron van de dancemuziek van
nu afkomstig uit begin vorige eeuw. Veel mensen staan daar
niet bij stil, maar door de dwarsigheid en het tegendraads
denken van enkele visionairs is er nieuwe, andere muziek
ontstaan. Of het je smaak is, dat is weer een ander
verhaal.
Tegendraadsheid in de muziekgeschiedenis lijkt bijna
synoniem met vernieuwing of vooruitgang. Ik noem een paar
bekende gebeurtenissen . Het eerste: de Italiaan Luigi
Russolo (1885-1947) schreef in 1913 een manifest: ‘L' Arte
dei Rumori’ (The Art of Noise/De Kunst van Geluid).
Russolo was een zogenaamd ‘Futurist’. Bij de afbeelding:
Luigi Russolo, Ugo Piatti en hun ‘Intonarumori’
De ‘Futuristi’ waren helemaal weg van machines en nieuwe
technologie. In die periode speelt immers wat nu de
‘Industriële Revolutie’ heet. De Futuristen zochten naar
nieuwe en radicale muziek. Russolo was echter wat extremer
in zijn opvattingen dan vele anderen. Hij schreef: “Muziek
moet alleen gemaakt worden door gebruik te maken van
lawaai. Alleen op deze manier kan de muziek bevrijd worden
uit haar 'gevangenis'.” Die gevangenis moet je zien als de
‘gewone’ klassieke muziek, uitgevoerd door bijvoorbeeld
een strijkkwartet. Daar moest men, zo vond Russolo, maar
eens vanaf. Hij ontwikkelde daarom nieuwe
‘muziekinstrumenten': dozen met daarop een hoorn: de
‘Intonarumori’.
Het eerste concert met bevrijde muziek was in april 1914
in Rome. Russolo en medefuturist Tommaso Marinetti voerden
het met hulp van de boxen zelf uit. Het publiek was
geshockeerd en pikte het niet. Beide heren werden dan ook
beloond met een lawine aan rotte groenten en fruit. Het
publiek was er toen nog niet klaar voor, maar Russolo
bracht door zijn anders denken wel een beweging op gang.
Samen met anderen stond hij namelijk aan de wieg van de
elektronische muziek en daarmee aan de basis van alle
toekomstige elektronische muziek, van experimenteel tot de
dance van nu.
Op 17 november 1969 vond ‘Aktie Notenkraker’ plaats. Een
groep originele en tegendraadse musici verstoorde een
concert van het Concertgebouworkest onder leiding van
Bernard Haitink. De nu bekende musici Louis Andriessen,
Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg en Peter Schat
gebruikten ratels, toeters en knijpknikkers om duidelijk
te maken dat de programmering te behoudend was, er moest
meer aandacht komen voor moderne muziek. Deze tegendraadse
musici verspreidden pamfletten en wilde het publiek
uitnodigen voor een gesprek. Dat kwam er niet. De politie
verwijderde de onruststokers. Maar toch, door de actie
kwam er uiteindelijk wél ruimte voor nieuwe, moderne
klassieke muziek. Reinbert de Leeuw werd zo’n beetje de
vaandel dragende dirigent van moderne muziek. Louis
Andriessen werd wereldberoemd met zijn eigen, Hoketus- en
minimal-achtige muziek (beide: korte, herhaalde, langzaam
wisselende muziekthema’s, bij Hoketus meer schurend) en
zijn eigenzinnige opera’s. Misha Mengelberg verlegde de
grenzen binnen de jazz met kompaan, drummer Han Bennink en
hun ICP-orkest. Peter Schat ontwikkelde de ‘Toonklok’, een
nieuw compositiesysteem en was een van de oprichters van
STEIM, de studio voor elektro-instrumentale muziek.
Het moge duidelijk zijn dat eigenzinnig, dan wel
tegendraads denken, beweging en vernieuwing heeft gebracht
in de wereld van muziek. De huidige ‘vernieuwing’ komt
vooral van Artificial Intelligence. Het samenstellen van
muziek lijkt echter veel op wat er in Tin Pan Alley
(1885-1920) of The Brill Building (ca. 1950-1960)
gebeurde. Ondanks de gigantische hoeveelheid (al meer dan
50.000 nummers per dag) niets nieuws dus. Als je het mij
vraagt hebben we dringend een Russolo - of beter een
Olossur - nodig: “Stop eens met dat lawaai en ga eens
échte muziek maken!” |
|
_____________________________________________________________________________________________ |
IN DE WERELD STAAN
Om in de wereld te staan moeten we eerst weten wat die wereld
is. Het woord komt van ‘were’ dat mens of man
betekent en van ‘eld’ dat tijdperk of leeftijd is. De
vertaling: ‘het tijdperk van de mens’. Het gaat dus niet over
die bol in de ruimte, maar over de menselijk beschaving.
Filosofisch gezien staan wij dus op de wereld, maar nemen we
er tegelijkertijd afstand van. De Oostenrijks-Britse filosoof
Ludwig Wittgenstein (1990-1951) maakte zich er niet heel druk
over: “De wereld is alles wat het geval is.” Daar had
de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (19788-1860) een heel
andere mening over. Hij maakte een onderscheid tussen ‘dat wat
we zien’ en ‘dat wat we willen’. De buitenkant versus de
binnenkant. Ons lichaam bestaat namelijk uit een voorstelling
(buitenkant) en een binnenkant: de wil. De buitenkant is de
materiële wereld, de binnenkant de onderliggende
werkelijkheid, die van de oerdrift van het bestaan. We kunnen
de wereld alleen kennen als we bewust zijn van onze eigen wil.
Die visie is niet helemaal nieuw, want de Griekse filosoof
Parmenides (ca. 5e eeuw voor de jaartelling) had al het
onderscheid gemaakt tussen een ‘objectieve’ werkelijkheid
buiten ons of de mens zelf die de wereld vormt. In het eerste
geval is die een ‘onveranderlijk’ geheel, in de tweede zelfs
een ‘overbodig’ begrip. De Duitse filosoof Martin Heidegger
(1889-1976) dacht veel na over de wereld. Hij schreef dat de
wereld een ‘wereldbeeld’ geworden is. Daarmee doelde
hij op de scheiding tussen de mens en de wereld. Wij mensen,
bekijken en bestuderen de wereld, maar zijn vergeten, zo zegt
hij, dat wij er zelf deel van uitmaken. Heidegger noemt dat de
‘ontleving’. Wij zijn namelijk uit het ‘directe beleven’
getreden.
Een soortgelijke scheiding gaat op voor het luisteren naar
muziek. Bij het luisteren naar muziek zit je als het ware in
de muziek, maar staat er tegelijkertijd buiten: je bent
lijfelijk aanwezig, maar je hoofd niet. Uit eigen ervaring
weet ik, dat als ik intensief naar muziek luister en nadat de
muziek afgelopen is, ik even moet ‘wennen’ of ‘landen’ in de
wereld om mij heen. Ik zat steeds op mijn stoel, maar ik was
heel ergens anders. Waar? Ik weet het niet. In mijn hoofd was
ik in een wereld vol van verbeelding. Hele fantasiewerelden
kwamen langs. Filmbeelden en muziekclips helpen ons – of
werken juist tegen – de muziek te verbeelden. In de jaren ’60
werd luisteren naar muziek zelfs als een reis, een trip,
gezien: ‘far out man” of “outta dis world”. Maar staan we dan
nog wel in de wereld? Kunnen we ‘überhaupt in de wereld staan
met muziek? Ik denk het niet.
In de wereld staan zou wellicht ook kunnen slaan op het kennis
hebben van alle muziek die in onze wereld gemaakt wordt. Eind
vorige eeuw was er plotseling een hausse aan wat toen
‘wereldmuziek’ genoemd werd. Het regende muziek uit – vooral -
Afrika, Zuid-Amerika en Azië. Platenlabels werden opgericht,
nieuwe magazines werden uitgebracht en de muziek drong door
tot in de Top 40. Yéké Yéké (1984) van de Genuise zanger Mory
Kanté hoorde je overal, net als ‘7 Seconds’ (1994) van de
Senegalese zanger Youssou N’dour en de Zweedse zangeres Neneh
Cherry. En wat te denken van de Afro Cuban All Stars en hun
Buena Vista Social Club (1996)? De Nederlandse importeur van
World Circuit Records wist niet wat hem overkwam. In plaats
van de postbode met een doosje cd’s, kwamen er nu trailers (!)
me pallets vol cd’s voor de deur rijden. Zoiets hadden ze nog
nooit meegemaakt. Tsja, wereldmuziek was hot en het
zomergevoel werd perfect vertolkt door de Cubaanse musici. Al
is die naam ‘wereldmuziek’ er ook een van ontleving. Is niet
alle muziek wereldmuziek immers? Dat vonden meer mensen en men
kwam vervolgens op de term ‘global music’. Muziek van
de globe. Er is zelfs een Global Top-40. Maar heel anders is
dat niet, toch? Nog steeds is alle muziek ‘global music’, of
die nu van Igor Stravinsky, Mory Kanté of Taylor Swift is, het
is allemaal muziek uit ‘het tijdperk van de mens’.
Staan we daarmee in de wereld, of blijven we afstand houden?
Heeft Wittgenstein hier uiteindelijk niet het laatste woord:
“De wereld is alles wat het geval is.” Is dat niet
wat maakt dat we in de wereld staan?
|
|
_____________________________________________________________________________________________ |
|